ECLI:NL:PHR:2007:AZ4854
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen ondanks psychische klachten
Verzoekster was onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die bij vonnis van de rechtbank Haarlem op 19 oktober 2004 van toepassing werd verklaard. De bewindvoerder verzocht op 9 december 2005 om tussentijdse beëindiging van deze regeling wegens niet-nakoming van verplichtingen door verzoekster, waaronder het informeren over sollicitaties en het naleven van inspanningsverplichtingen.
Het hof Amsterdam bevestigde bij arrest van 16 juni 2006 de beëindiging van de regeling en het daaropvolgende faillissement. Het hof oordeelde dat verzoekster onvoldoende medewerking had verleend, ondanks haar psychische klachten en het feit dat zij kinderen had. Haar stelling dat psychische problemen haar belemmerden, werd niet voldoende onderbouwd met bewijsstukken.
De Hoge Raad overwoog dat het niet nakomen van verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling aan verzoekster moest worden toegerekend omdat zij onvoldoende bewijs had geleverd van haar onvermogen. Ook het belang van de kinderen leidde niet tot een andere uitkomst. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de tussentijdse beëindiging en het faillissement definitief werden bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens toerekenbare niet-nakoming van verplichtingen door verzoekster.