ECLI:NL:PHR:2007:BA9462
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving informatie- en sollicitatieplicht
De zaak betreft de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van verzoekster wegens schending van haar informatie- en sollicitatieplicht. De rechtbank had de regeling beëindigd omdat verzoekster onvoldoende medewerking verleende en onvoldoende sollicitatie-inspanningen toonde. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat verzoekster onvoldoende bewijs leverde van haar persoonlijke omstandigheden die haar tekortkomingen konden verklaren.
Verzoekster voerde in cassatie aan dat het hof de juiste maatstaf niet had toegepast en onvoldoende had gemotiveerd waarom haar medewerking ontbrak. Ook stelde zij dat het hof haar niet in de gelegenheid had gesteld haar persoonlijke omstandigheden nader te bewijzen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf hanteerde en dat het oordeel voldoende gemotiveerd was. Tevens was verzoekster voldoende in de gelegenheid gesteld haar omstandigheden toe te lichten, maar had zij geen bewijsaanbod gedaan.
De Hoge Raad benadrukte dat de sollicitatieplicht niet alleen gericht is op het maximaliseren van inkomen, maar ook op het verrichten van voldoende inspanningen en het informeren van de bewindvoerder. De postblokkade ontslaat verzoekster niet van haar informatieplicht. De tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving van de informatie- en sollicitatieplicht.