ECLI:NL:PHR:2007:AZ5688
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt motivering draagkracht en behoefte partneralimentatie na echtscheiding
In deze zaak gaat het om de vaststelling van de behoefte van de vrouw aan partneralimentatie en de draagkracht van de man na hun echtscheiding. Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen. De vrouw heeft een verzoek tot echtscheiding en partneralimentatie ingediend, waarbij de man verweer voerde tegen de hoogte en draagkracht.
De rechtbank stelde aanvankelijk de behoefte van de vrouw vast op €1.523 netto per maand, met een aanvullende bijdrage van de man van €1.104 bruto, maar oordeelde dat de man niet draagkrachtig was voor partneralimentatie. Het hof stelde de alimentatie vast op €940 per maand tot 15 september 2005 en €500 daarna, waarbij het aannam dat de vrouw het maximaal mogelijke aantal uren werkte, mede vanwege haar reumatische aandoening en huisvestingssituatie.
De man stelde cassatieberoep in tegen het oordeel over de draagkracht en behoefte. De Hoge Raad bevestigde dat het hof zijn motiveringsplicht had nagekomen, ook al was niet volledig uitgelegd welke aard van werkzaamheden de vrouw verrichtte. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht rekening hield met de persoonlijke omstandigheden van de vrouw en dat de vaststelling van de draagkracht van de man, ondanks een gemotiveerde motiveringsklacht, niet onbegrijpelijk was. De cassatie werd verworpen en de beschikking van het hof gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de motivering van het hof omtrent draagkracht en behoefte partneralimentatie.