1 In het cassatierekest wordt de man kennelijk abusievelijk als [de man] aangeduid.
2 Zie de bestreden beschikking onder "VASTSTAANDE FEITEN".
3 Zie hiervoor de beschikkingen van de rechtbank 's-Gravenhage van 19 juli 2004 en 14 januari 2005.
4 Zie daarover de bestreden beschikking onder "ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP".
5 Dit moet zijn: tot 15 september 2005, vgl. rov. 18 alsmede het dictum van de bestreden beschikking. Zie ook middel 1.
6 De bestreden beschikking dateert van 22 februari 2006; het cassatierekest is op 22 mei 2006 bij de civiele griffie van de Hoge Raad ingekomen.
7 Vgl. HR 20 december 1991, NJ 1992, 194.
8 Zie de toelichting bij onderdeel 11 van de grieven in incidenteel appel.
9 Zie voor het beroep van de vrouw op haar beperkte arbeidsmogelijkheden als gevolg van fibromyalgie onder meer het verweerschrift in het incidentele appel, p. 1. Blijkens het proces-verbaal van verhoor op verzoekschrift van 7 december 2005 heeft de vrouw over haar huisvestingssituatie verklaard: "In juli jl. heb ik mijn woning gekocht. Daarvoor heb ik vanaf juli 2004 rondgezworven." Welk gewicht in de gedachtegang van de vrouw zelf aan deze omstandigheden toekomt, is overigens niet geheel duidelijk. Dat in haar visie (mede) een rol speelde dat haar dienstverband bij haar vorige werkgever niet kon worden uitgebreid, kan worden afgeleid uit hetgeen zij blijkens het proces-verbaal van de zitting van 7 december 2005 (p. 4) heeft verklaard: "Bij mijn vorige werkgever heb ik 13 jaar gewerkt. Zij konden mij niet meer werk aanbieden. Toen ben ik als een gek gaan solliciteren. (...)".
10 Prod. 22 bij het appel verweerschrift echtscheiding tevens houdende incidenteel appel.
11 In het in de vorige voetnoot bedoelde concept van een brief van de raadsman van de vrouw aan Be4Kids, waarvan de exacte status overigens niet is toegelicht en waarvan ook de auteur niet is vermeld, is wel sprake van bereidheid van de vrouw zich tot groepsleidster op een van de kinderdagverblijven van Be4Kids te laten omscholen. Zou het hof eventuele werkzaamheden van de vrouw als groepsleidster op het oog hebben gehad, dan zou dat niet begrijpelijk zijn, nu niet vaststaat dat de vrouw haar werkzaamheden voor Be4Kids slechts had kunnen uitbreiden door een functie als groepleidster te aanvaarden.
12 Zie voor die stelling van de man zijn appel verweerschrift echtscheiding tevens houdende incidenteel appel onder 12.
13 Zie de beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage van 14 januari 2005 onder "De behoefte van de vrouw".
14 Zie de beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage van 14 januari 2005 onder "De behoefte van de vrouw".
15 Zie voor dit bedrag de salarisspecificaties van de vrouw over de maanden februari tot en met april 2004, overgelegd als prod. 5 bij het appel verweerschrift echtscheiding tevens houdende incidenteel appel van de man, waaruit blijkt van maandelijkse salarisbedragen van € 576,85 netto (€ 656,93 bruto), € 576,84 netto (€ 656,93 bruto), respectievelijk € 574,92 netto (€ 656,93 bruto).
16 Zie voetnoot 15.
17 Ook de vrouw heeft die benadering voorgestaan; zie het proces-verbaal van de zitting van 7 december 2005, p. 3, derde volle alinea: "de vrouw: Uitgegaan dient te worden van het verschil tussen de door de rechtbank vastgestelde behoefte van € 1.523,15 en het door mij verdiende netto inkomen van € 1.241,- per maand."
18 De bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder en een draagkrachtpercentage van 52,5 zijn overigens óók gehanteerd in de draagkrachtberekening die de man als prod. 29 bij het appel verweerschrift echtscheiding tevens houdende incidenteel appel heeft overgelegd en volgens welke berekening ruimte voor een partneralimentatie ontbreekt. Opmerkelijk is dat in die berekening onder punt 141 op het beschikbare deel van de zogenaamde draagkrachtruimte eveneens slechts een kinderalimentatie van € 340,- in mindering is gebracht. In zijn antwoord op de vierde grief van de vrouw heeft de man er echter geen misverstand over laten bestaan dat naar zijn mening met een maandelijks door hem geleverde bijdrage van € 680,- netto in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen moet worden gerekend.