ECLI:NL:PHR:2007:AZ6639
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontbinding huurovereenkomst en afwijzing indeplaatsstelling huurder bedrijfsruimte
De zaak betreft een geschil over de ontbinding van huurovereenkomsten voor een bedrijfsruimte en woonruimte, en de betaling van achterstallige huur. De huurder had een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd, waarna de verhuurders ontbinding en ontruiming vorderden. De bedrijfsruimte was bestemd als coffeeshop.
Tijdens detentie van de huurder had een derde het gebruik van de bedrijfsruimte overgenomen. De huurder en deze derde verzochten om indeplaatsstelling, wat door de verhuurders werd afgewezen. De rechtbank en het hof wezen de vorderingen van de huurder af en bevestigden de ontbinding van de huurovereenkomst.
In cassatie klaagde de huurder over de feitelijke vaststelling dat hij het gebruik aan de derde had afgestaan en over de te late en onvoldoende onderbouwde vordering tot indeplaatsstelling. De Hoge Raad oordeelde dat de feitelijke vaststellingen van de lagere rechter niet kunnen worden herzien en dat de klachten over de indeplaatsstelling niet slagen omdat de huurder niet tijdig en adequaat heeft gehandeld.
De Hoge Raad bevestigde dat de verhuurder niet verplicht is om te onderhandelen over indeplaatsstelling op ongewijzigde condities en dat het ontbreken van overeenstemming over renovatieplannen dit niet anders maakt. Ook werd geoordeeld dat de huurder onvoldoende bewijs heeft geleverd om tegenbewijs te leveren tegen de stellingen van de verhuurder.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de ontbinding van de huurovereenkomst en de afwijzing van de indeplaatsstelling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontbinding van de huurovereenkomst en de afwijzing van de indeplaatsstelling.