ECLI:NL:HR:2000:AA5518
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Fleers
- raadsheer O. de Savornin Lohman
- raadsheer Hammerstein
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling machtiging indeplaatsstelling huurovereenkomst bedrijfsruimte
In deze zaak vordert de huurder machtiging om Prismashop B.V. in zijn plaats te stellen als huurder van bedrijfsruimten, op grond van artikel 7A:1635 BW. De kantonrechter en rechtbank oordeelden dat de machtiging tijdig was ingediend, ondanks dat de bedrijfsoverdracht aan Prismashop B.V. reeds eerder had plaatsgevonden. De rechtbank stelde dat de huurder direct na het starten van een ontbindingsprocedure door de verhuurder de machtiging had gevorderd, wat aan de wettelijke voorwaarden voldoet.
De verhuurder voerde onder meer aan dat Prismashop B.V. onvoldoende waarborgen biedt voor een goede nakoming van de huurovereenkomst, mede vanwege het niet deponeren van jaarrekeningen. De rechtbank oordeelde echter dat dit op zichzelf geen reden is om de machtiging te weigeren en gaf de huurder gelegenheid om nadere informatie te verstrekken over de waarborgen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het cassatieberoep af. De beoordeling van feitelijke omstandigheden, zoals de voortzetting van onderhandelingen en de bekendheid van de verhuurder met de bedrijfsvoering door Prismashop B.V., zijn niet vatbaar voor cassatie. De verhuurder wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verhuurder wordt verworpen en de machtiging tot indeplaatsstelling blijft van kracht.