ECLI:NL:PHR:2007:AZ7615
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep bij niet-tijdige inschrijving in rechtsmiddelenregister bij reële executie van vonnis tot levering onroerende zaak
Deze zaak betreft een geschil over de levering van een villa na overlijden van de eigenaar, waarbij een koopoptie was verleend aan de verzorgers van de overledene. De Stichting, als erfgenaam, werd door de rechtbank veroordeeld tot levering van de woning tegen betaling van de waarde in bewoonde staat. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kreeg de kracht van een leveringsakte indien de Stichting niet zou meewerken.
De Stichting stelde hoger beroep in, maar schreef dit niet tijdig in het in art. 433 Rv Pro. bedoelde rechtsmiddelenregister. Het hof verklaarde de Stichting daarom niet-ontvankelijk in hoger beroep voor het deel van het vonnis dat in de plaats treedt van de leveringsakte, conform art. 3:301 lid 2 BW Pro. De Hoge Raad bevestigt deze strikte sanctie, ook al leidt dit tot een zware maatregel, omdat het voorschrift de rechtszekerheid en bescherming van derden dient.
De Hoge Raad verwierp het betoog dat het beroep alsnog ontvankelijk kan zijn indien het later wordt ingeschreven voordat het vonnis vatbaar is voor inschrijving in de openbare registers. Ook het argument dat het beroep ontvankelijk zou moeten zijn voor klachten over de koopprijs, werd verworpen omdat deze klachten betrekking hebben op het vonnis dat de leveringsverplichting regelt en daarmee onder de sanctie vallen.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige inschrijving van rechtsmiddelen in het register om de rechtszekerheid rond eigendomsoverdracht van registergoederen te waarborgen en bevestigt dat de wettelijke regeling strikt moet worden nageleefd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep wegens niet-tijdige inschrijving in het rechtsmiddelenregister bij een vonnis dat in de plaats treedt van een leveringsakte.