ECLI:NL:PHR:2007:AZ7619
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bank wegens schending bijzondere zorgplicht bij risicovolle optietransacties
De zaak betreft een geschil tussen een particuliere belegger en ABN AMRO over de aansprakelijkheid van de bank wegens schending van haar bijzondere zorgplicht bij risicovolle optietransacties.
De belegger had een risicovolle portefeuille opgebouwd, voornamelijk in IT-aandelen, en kreeg van de bank het advies om geld te lenen om dekkingstekorten aan te zuiveren in plaats van posities te sluiten. De bank had onvoldoende inzicht in de financiële positie en ervaring van de cliënt en handelde niet zoals van een professionele effecteninstelling verwacht mag worden.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat ABN AMRO tekort was geschoten door het onzorgvuldige advies en het nalaten van tijdige aanzuivering van tekorten. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de zorgplicht van de bank mede strekt ter bescherming tegen eigen lichtvaardigheid van de cliënt.
De bank is veroordeeld tot vergoeding van 50% van de door de cliënt geleden schade. De Hoge Raad wijst erop dat de zorgplicht afhankelijk is van alle omstandigheden en dat het advies om geld te lenen zonder inzicht in de financiële positie onzorgvuldig was. Tevens is het niet relevant dat de cliënt om respijt zou hebben gevraagd, omdat de bank schriftelijk had moeten waarschuwen voor de risico's.
Uitkomst: ABN AMRO is aansprakelijk voor 50% van de schade wegens schending van haar bijzondere zorgplicht bij risicovolle beleggingen.