ECLI:NL:HR:2005:AU3713
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad en bijzondere zorgplicht van bank jegens beleggers bij beleggingsactiviteiten zonder vergunning
De Stichting Volendam vorderde dat Fortis Bank, samen met twee andere verweerders, werd veroordeeld wegens toerekenbare tekortkomingen en onrechtmatig handelen jegens beleggers die geld hadden gestort op een rekening van Safe Haven B.V. in oprichting. De beleggers hadden via deze rekening geld belegd, waarbij een aanzienlijk bedrag verloren ging. De Bank had de rekening geopend en de activiteiten van Safe Haven gefaciliteerd.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof vernietigde dit oordeel deels en verklaarde dat de Bank en de andere verweerders onrechtmatig hadden gehandeld. Het hof motiveerde dat de Bank vanaf het moment dat zij zich bewust was van mogelijke strijd met de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte) een bijzondere zorgplicht had om onderzoek te doen naar de vergunningplicht van Safe Haven, wat zij naliet.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de Bank onrechtmatig had gehandeld door onvoldoende onderzoek te doen, maar vernietigde het arrest van het hof voor zover het de Bank in de kosten van het incidenteel hoger beroep veroordeelde. De overige beroepen werden verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat de Stichting als collectief kon optreden op grond van artikel 3:305a BW, maar dat zij niet tevens als procesgemachtigde voor individuele schadevergoeding kon optreden in deze procedure.
De uitspraak benadrukt de bijzondere zorgplicht van banken bij het faciliteren van beleggingsactiviteiten en de noodzaak tot onderzoek bij vermoedens van vergunningplichtige activiteiten zonder vergunning. De Bank had niet mogen afwachten en zo de beleggers blootgesteld aan risico's die de Wte beoogt te voorkomen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Bank onrechtmatig handelde door onvoldoende onderzoek te doen, wijst de vorderingen af behalve voor kostenveroordelingen en veroordeelt partijen in de proceskosten.