ECLI:NL:PHR:2007:AZ8742
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verzekerde tot uitkering onder autoverzekering wegens onvoldoende bewijs diefstal
De zaak betreft een geschil tussen een verzekerde en Aegon Schadeverzekeringen over de uitkering onder een autoverzekering na diefstal van een Opel Omega. De verzekerde had op 6 februari 1998 aangifte gedaan van diefstal, maar Aegon weigerde uitkering op grond van een sleutelonderzoek waaruit bleek dat een sleutel was gekopieerd, wat duidde op een niet-gedekt evenement.
De verzekerde vorderde betaling van het verzekerde bedrag, maar de rechtbank en het hof stelden dat de bewijslast voor de diefstal bij de verzekerde lag. Het hof oordeelde dat de verzekerde niet was geslaagd in zijn bewijslevering, mede vanwege onverklaarde duplicatie van de sleutel en het ontbreken van sporen van diefstal op de plaats van het incident.
In cassatie stelde de verzekerde dat het hof onterecht de bewijslast bij hem legde en dat het oordeel over de bewijslevering onvoldoende gemotiveerd was. De Hoge Raad oordeelde dat de verzekerde door zijn proceshouding had berust in de bewijslastverdeling en dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De vordering van de verzekerde tot uitkering onder de autoverzekering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van diefstal.