ECLI:NL:PHR:2007:AZ8786
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Koninklijke Marechaussee bij alcoholcontrole en opsporing strafbare feiten
In deze zaak stond centraal of de Koninklijke Marechaussee (KMar) bevoegd was tot het uitvoeren van een alcoholcontrole en het aanhouden van een verdachte op grond van haar opsporingsbevoegdheid. Het hof stelde vast dat de KMar niet bezig was met de uitoefening van een eigenstandige politietaak ten behoeve van de strijdkrachten zoals bedoeld in artikel 141 Sv Pro juncto artikel 6 Politiewet Pro 1993. Er was geen sprake van bijstand of samenwerking die de bevoegdheid zou kunnen rechtvaardigen.
De Hoge Raad bevestigt dat de opsporingsbevoegdheid van de KMar beperkt is tot de uitvoering van haar wettelijke politietaken, waaronder de taak ten behoeve van de strijdkrachten. De KMar is niet bevoegd om controles uit te voeren op niet-militairen buiten die taak, ook niet bij algemene alcoholcontroles waar militairen kunnen zijn. De aanhouding van de verdachte was daarom onrechtmatig en de daarop gebaseerde bewijsvoering moest worden uitgesloten.
De uitspraak benadrukt dat de KMar alleen bevoegd is tot optreden tegen burgers als toevallige 'bijvangst' bij de uitvoering van haar taken ten behoeve van de strijdkrachten. De samenwerking met reguliere politie schept geen zelfstandige opsporingsbevoegdheid. Het arrest verduidelijkt de complexe regeling omtrent de opsporingsbevoegdheid van de KMar en bevestigt het belang van een duidelijke wettelijke grondslag voor het optreden van de KMar in civiele politietaken.
Uitkomst: De verdachte is vrijgesproken vanwege onrechtmatige aanhouding door de Koninklijke Marechaussee.