ECLI:NL:PHR:2007:AZ9098
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de invloed van gemeenschapsrecht op nationale bezwaar- en beroepstermijnen in omzetbelastingzaken
Belanghebbende, een fiscale eenheid, diende bezwaar in tegen teruggaafbeschikkingen omzetbelasting over de jaren 2000 tot en met 2003, welke door de Inspecteur niet-ontvankelijk werden verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.
De Rechtbank verwierp het beroep van belanghebbende en stelde dat het gemeenschapsrecht geen afwijking van de nationale bezwaartermijn van zes weken vereist, mede gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) en eerdere arresten van de Hoge Raad.
Belanghebbende voerde in cassatie aan dat arresten zoals Emmott en Kühne & Heitz uitzonderingen vormen op de toepassing van de nationale termijnen, en dat de Hoge Raad prejudiciële vragen had moeten stellen. De Advocaat-Generaal concludeert dat deze uitzonderingen slechts onder strikte voorwaarden gelden, zoals misleidend gedrag van autoriteiten of uitputting van rechtsmiddelen, welke hier niet zijn voldaan.
De conclusie is dat het beroep in cassatie ongegrond moet worden verklaard, omdat de nationale regeling van bezwaar- en beroepstermijnen verenigbaar is met het gemeenschapsrecht en de formele rechtskracht niet doorbroken wordt zonder bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.