ECLI:NL:PHR:2007:BA0423
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op noodweer en noodweerexces bij geweldpleging
De zaak betreft een geweldsincident op 28 maart 2004 te Nuenen waarbij verdachte en een medeverdachte het slachtoffer hebben geslagen en geschopt. Het hof stelde vast dat verdachte en medeverdachte het slachtoffer achtervolgden om verhaal te halen vanwege een conflict met een kennis van verdachte. Het slachtoffer haalde een mes tevoorschijn, waarna verdachte ook een mes kreeg van zijn medeverdachte. Nadat het slachtoffer zijn mes had opgeborgen, sloegen en schopten verdachte en medeverdachte het slachtoffer.
De verdediging voerde aan dat sprake was van noodweer, putatief noodweer of noodweerexces, omdat verdachte dacht dat het slachtoffer het mes wilde oprapen en hij uit zelfverdediging handelde. Het hof verwierp dit verweer omdat het geweld plaatsvond nadat het mes niet meer in handen van het slachtoffer was en verdachte zich bewust in een situatie had gebracht waarin agressie te verwachten was.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst de cassatieklachten af. De Hoge Raad benadrukt dat het culpa in causa-argument niet uitsluit dat er sprake kan zijn van noodweer, maar dat in deze zaak het handelen van verdachte niet als noodzakelijke verdediging kan worden gezien. Ook het beroep op noodweerexces faalt omdat het geweld niet proportioneel was en het verweer onvoldoende feitelijk onderbouwd is.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht bewijs gebruikte uit proces-verbalen van opsporingsambtenaren en getuigenverklaringen, ook al was niet elke medische diagnose door een arts gesteld. De opgelegde straf is voldoende gemotiveerd. Het beroep op cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep op noodweer, putatief noodweer en noodweerexces wordt verworpen en de veroordeling voor openlijke geweldpleging wordt bevestigd.