Conclusie
middelklaagt over de verwerping van het beroep op noodweer dan wel noodweerexces.
(BFK: verdachte)bovenop hem. De verdachte heeft echter aangevoerd dat hij de aanwezigheid van de vrienden van de aangever als bedreigend heeft ervaren. Hij heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij de aangever onder meer met de honkbalknuppel bleef slaan in de hoop dat de vrienden van de aangever dan zouden afdruipen.
putatief noodweer) passeert het hof. De verdachte heeft immers ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij, op het moment dat hij de aangever sloeg, niet heeft gelet op de omstanders. Hij heeft geen gedragingen van deze omstanders waargenomen. Het hof acht, nu van (al dan niet agressieve) handelingen of uitlatingen door deze omstanders ook overigens niet is gebleken, niet aannemelijk dat bij de verdachte - ten onrechte - de indruk is gewekt dat er sprake was van een noodweersituatie of dat deze situatie zou kunnen gaan ontstaan. Dat betekent dat ook van putatief noodweer geen sprake was, zodat ook om deze reden niet valt te rechtvaardigen dat de verdachte de aangever heeft geslagen terwijl deze al op de grond lag.
(BKF: en)zijn huis lagen als het ware onder vuur. [verdachte] net wakker moet in een enkele tel besluiten wat te doen. Een beroep op noodweerexces komt [verdachte] toe.’ Het hof heeft dit verweer verworpen met de zin die onder 17 is geciteerd.
NJ2016/316 m.nt. […] , het overzichtsarrest betreffende noodweer en noodweerexces, heeft Uw Raad omtrent de laatstgenoemde strafuitsluitingsgrond overwogen (met weglating van verwijzingen):
Noodweerexces
NJ2007/135 m.nt. Reijntjes. De verdachte had tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep onder meer verklaard dat hij onder bedreiging met een pistool tot de ten laste gelegde verkrachting was gedwongen. De raadsman stelde alleen dat de verdachte door de medeverdachte gedwongen was om het slachtoffer te verkrachten en noemde niet een specifieke strafuitsluitingsgrond. Desalniettemin gaf Uw Raad aan dat het aangevoerde bezwaarlijk anders kon worden verstaan dan als een beroep op psychische overmacht waarop uitdrukkelijk had moeten worden beslist. [9] Wellicht speelt bij de afweging een rol of het gestelde, indien waar, daadwerkelijk tot een ontslag van alle rechtsvervolging kan leiden. [10] Dat pleit er dan ook voor om in zaken als de onderhavige het verweer op de meest kansrijke wijze te lezen.