ECLI:NL:PHR:2007:BA0426
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke overtreding vergunningsvoorwaarde Natuurbeschermingswet door toepassing assimilatiebelichting zonder goedgekeurd lichtplan
De vennootschap onder firma verdachte heeft in de periode van eind 2002 tot april 2003 op haar glastuinbouwlocatie assimilatiebelichting toegepast zonder een goedgekeurd lichtplan, in strijd met de vergunningsvoorwaarden op grond van de Natuurbeschermingswet. Dit handelen vond plaats nabij het natuurmonument Oosterschelde-buitendijks en werd als schadelijk voor het natuurschoon aangemerkt.
Het Hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte opzettelijk handelde in strijd met de vergunningvoorwaarden en daarmee de wet overtrad. De verdediging voerde onder meer aan dat er sprake was van afwezigheid van alle schuld en dat het handelen werd gedoogd door het bevoegd gezag, maar deze verweren werden verworpen. Het Hof oordeelde dat het overtreden van de voorwaarden geacht moet worden schadelijk te zijn voor het natuurschoon en dat het bewijs voldoende was.
Hoewel de verdachte schuldig werd bevonden, heeft het Hof geen straf of maatregel opgelegd vanwege de omstandigheden, waaronder het langdurige overleg met bevoegde instanties, het ontbreken van duidelijkheid over de eisen voor het lichtplan en de inspanningen van de verdachte om herhaling te voorkomen. De zaak betreft een interpretatie van art. 12 lid 1 van Pro de Natuurbeschermingswet en de toepassing daarvan op de externe werking van vergunningen.
Uitkomst: Verdachte is schuldig bevonden aan opzettelijke overtreding van art. 12 lid 1 Natuurbeschermingswet, maar het Hof legde geen straf op.