ECLI:NL:PHR:2007:BA0427
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad wijst herzieningsverzoek af wegens persoonsverwisseling met onjuiste voornaam in vonnis
In deze zaak verzocht een vrouw (aanvraagster) om herziening van een vonnis waarin zij onterecht als veroordeelde werd vermeld vanwege persoonsverwisseling. De feitelijke veroordeelde, haar tweelingbroer, had bij de terechtzitting onjuiste personalia opgegeven, namelijk de voornaam van zijn zus.
De Hoge Raad onderzocht of dit een novum opleverde dat tot herziening kon leiden. Hoewel de aanvraagster aantoonde dat zij niet de veroordeelde was, concludeerde de Hoge Raad dat de juiste persoon wel degelijk was veroordeeld, alleen onder een verkeerde voornaam. Dit betekent dat het vonnis niet tegen de verkeerde persoon was gericht, maar dat er een administratieve fout in de naamgeving was.
De Hoge Raad oordeelde dat dit geen grond voor herziening is, omdat het niet tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging zou hebben geleid als de rechter de juiste voornaam had gekend. De aanvraagster werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek. De Hoge Raad gaf wel aan dat de aanvraagster op grond van andere procedures kan verzoeken het vonnis uit haar justitiële gegevens te verwijderen, vanwege de lastige situatie waarin zij verkeert door de foutieve registratie.
De uitspraak benadrukt het onderscheid tussen persoonsverwisseling waarbij de verkeerde persoon wordt veroordeeld en gevallen zoals deze, waarin de juiste persoon wordt veroordeeld onder een verkeerde naam. Dit laatste leidt niet tot herziening, maar kan wel gevolgen hebben voor de registratie en de positie van de betrokken persoon in de samenleving.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de juiste persoon is veroordeeld onder een verkeerde voornaam.