ECLI:NL:PHR:2007:BA0865
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid openbaar ministerie bij vervolging ongewenste vreemdeling zonder mogelijkheid tot vertrek
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie centraal bij de vervolging van een verdachte die als ongewenste vreemdeling in Nederland verbleef en niet op eigen gelegenheid kon vertrekken. De verdediging voerde aan dat het OM niet ontvankelijk moest worden verklaard omdat de verdachte door overmacht Nederland niet kon verlaten.
Het hof verwierp dit verweer en stelde dat ook wanneer een illegale vreemdeling Nederland niet legaal kan verlaten, hij zich aan strafvervolging kan blootstellen indien hij andere strafbare feiten pleegt. De verdachte was aangehouden tijdens een opsporingsonderzoek naar een ander feit, waarna bleek dat hij ongewenst vreemdeling was.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad stelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door het verweer te verwerpen, maar dat dit niet tot cassatie hoefde te leiden omdat het verweer onvoldoende grond bood voor niet-ontvankelijkheid. Het middel werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hof blijft bevoegd tot vervolging van de verdachte.