ECLI:NL:PHR:2007:BA1522
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende spoedeisend belang voor voorschot op buitengerechtelijke kosten bij burengeschil over erfdienstbaarheid
In deze zaak stond een burengeschil centraal over het recht van uitweg dat ten gunste van de verweerders bestond op het erf van de eisers. Verweerders hadden in kort geding voorzieningen gevorderd om de uitweg te herstellen en tevens een voorschot op buitengerechtelijke kosten geëist.
De rechtbank wees de vordering tot voorschot af wegens gebrek aan spoedeisend belang, maar het hof kende deze vordering toe, stellende dat het spoedeisend belang van de hoofdvordering ook voor de geldvordering gold. De eisers stelden cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had voldaan aan de verzwaarde motiveringsplicht die geldt voor geldvorderingen in kort geding. Het spoedeisend belang moet per vordering afzonderlijk worden beoordeeld en het enkele verband met de hoofdvordering is onvoldoende om spoedeisendheid aan te nemen. Ook het argument dat verweerders een rechtsbijstandsverzekering hadden, bracht geen wijziging in de beoordeling.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en wees de vordering tot voorschot op buitengerechtelijke kosten af, met veroordeling van verweerders in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De vordering tot voorschot op buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.