ECLI:NL:PHR:2007:BA1535
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt totstandkoming huurovereenkomst ondanks openstaande details
In deze zaak stond de vraag centraal of tussen GBH Vastgoed B.V. en Colorex B.V. een huurovereenkomst voor een bedrijfshal met kantoorruimte was gesloten. Na onderhandelingen en een bezichtiging stuurde Colorex op 15 januari 2001 een brief waarin zij aangaven akkoord te gaan met een voorlopig meerjarig huur/koopcontract onder nader overleg. GBH stuurde vervolgens op 15 februari 2001 een concepthuurovereenkomst toe met het verzoek tot goedkeuring.
De kantonrechter oordeelde dat nog geen wilsovereenstemming bestond, mede vanwege de formuleringen 'onder nader overleg' en het ontbreken van reactie op verzoeken van Colorex. Het hof vernietigde dit vonnis en stelde dat de brief van 15 januari 2001 onmiskenbaar een aanvaarding van het aanbod inhield, waarbij openstaande details als nadere uitwerking werden gezien en niet als opschortende voorwaarden.
Colorex voerde onder meer aan dat essentiële voorwaarden, zoals de maximale vloerbelasting, niet waren besproken en dat zij zich op dwaling beriep. De Hoge Raad verwierp deze klachten, oordeelde dat GBH niet verplicht was Colorex hierover te informeren zonder concrete aanleiding en bevestigde dat de overeenkomst rechtsgeldig tot stand was gekomen. De schadevergoeding aan GBH werd eveneens toegewezen.
De Hoge Raad benadrukte dat bij overeenkomsten met openstaande details de vraag of een overeenkomst is gesloten afhangt van de bedoeling van partijen en de aard van de openstaande punten. In dit geval waren de essentiële punten overeengekomen en betroffen de openstaande punten slechts nadere uitwerking.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat tussen partijen een huurovereenkomst tot stand is gekomen en wijst het cassatieberoep af.