ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5750
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gebruikelijkheid en redelijkheid van voorwaarden bij uitoefening van koopoptie
In deze zaak stond centraal of de door de erven gestelde voorwaarden bij de uitoefening van een koopoptie gebruikelijk en redelijk waren. De rechtbank had het verweer van appellante verworpen dat de koopoptie niet onvoorwaardelijk was uitgeoefend. Het hof Arnhem bevestigde dit oordeel, maar de Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug.
Het hof Leeuwarden oordeelde vervolgens dat het stellen van nadere voorwaarden bij een koopoptie niet automatisch leidt tot afwijking van de optie, maar dat de vraag is of die voorwaarden gebruikelijk en redelijk zijn. Het financieringsvoorbehoud van zes maanden werd door appellante als ongebruikelijk en onredelijk bestempeld, omdat het haar belangen frustreerde door de verkorte voorbereidingstermijn.
Het hof vond de argumenten van de erven onvoldoende om het financieringsvoorbehoud als gebruikelijk en redelijk te kwalificeren. Het financieringsvoorbehoud bracht onzekerheid voor een aanzienlijke periode en beperkte de voorbereidingstijd van appellante. Het hof concludeerde dat er geen koopovereenkomst tot stand was gekomen en wees de vorderingen van de erven af. Tevens werden de erven hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de erven af en veroordeelt hen hoofdelijk in de proceskosten.