ECLI:NL:PHR:2007:BA1736
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de term 'in vereniging' in art. 141 Sr en kwalificatie van openlijke geweldpleging
In deze zaak stond de interpretatie van het bestanddeel "in vereniging" in artikel 141 Sr Pro centraal. De verdachte was door het hof veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder openlijke geweldpleging "met verenigde krachten" tegen personen. De tenlastelegging gebruikte echter niet de term "in vereniging", maar sprak van "met een ander of anderen".
De verdediging stelde dat dit tot nietigheid van de tenlastelegging en onjuiste kwalificatie leidde. De Hoge Raad overwoog dat de parlementaire geschiedenis van artikel 141 Sr Pro duidelijk maakt dat "in vereniging" een ruime betekenis heeft en niet strenger is dan de eerdere formulering "met verenigde krachten". Het hof had de term "met een ander of anderen" in de tenlastelegging terecht geïnterpreteerd als gelijkwaardig aan "in vereniging".
Verder werd vastgesteld dat de bewezenverklaring, ondanks het ontbreken van de exacte woorden "in vereniging", voldoende duidelijk was en het bewezenverklaarde terecht was gekwalificeerd als openlijke geweldpleging. Ook een klacht over een misslag in de bewezenverklaring ten aanzien van een diefstal met geweld werd verworpen.
De Hoge Raad verwierp daarmee de middelen van cassatie en bevestigde de strafrechtelijke kwalificatie en veroordeling zoals door het hof vastgesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het ontbreken van de term 'in vereniging' in de tenlastelegging niet leidt tot nietigheid en handhaaft de veroordeling voor openlijke geweldpleging.