ECLI:NL:PHR:2007:BA2695
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst en toepasselijkheid op WOZ-waardebeschikking windmolenpark
Belanghebbende, eigenaar van een windmolenpark, had met de gemeente Q een vaststellingsovereenkomst gesloten over de waardebepaling van de windturbines voor de onroerende-zaakbelasting (ozb), waarbij een waarde van ƒ 300.000 per turbine was vastgesteld. De vraag was of deze overeenkomst ook van toepassing was op de WOZ-waardebeschikking van 1997.
Het Hof oordeelde dat de overeenkomst ook onder de Wet WOZ geldt, omdat de Wet WOZ al in werking was bij het sluiten van de overeenkomst en er geen expliciete beperking in tijd was opgenomen. Belanghebbende stelde dat de overeenkomst slechts voor één aanslag gold en dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de overeenkomst ook voor latere jaren zou gelden.
De Advocaat-Generaal concludeert dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de overeenkomst onbegrensd in tijd zou zijn en dat de bewoordingen in de briefwisseling juist kunnen duiden op een overeenkomst voor slechts één aanslag. Daarom is het cassatieberoep gegrond en dient het arrest van het Hof te worden vernietigd en de zaak terugverwezen voor volledige beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor volledige beoordeling.