ECLI:NL:PHR:2007:BA3133
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor sociale zekerheidsfraude met onvoorwaardelijke gevangenisstraf
De verdachte werd door het Hof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens meermalen onjuiste opgaven en het verzwegen van inkomsten uit arbeid aan de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Rotterdam, met het oogmerk om onrechtmatig bijstand te verkrijgen of te behouden. Daarnaast werd hij veroordeeld voor het opzettelijk nalaten van tijdige gegevensverstrekking aan dezelfde instantie, wat eveneens diende tot bevoordeling van zichzelf.
Het hof legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op, waarbij het de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoonlijke situatie van de verdachte in aanmerking nam. De verdachte had eerder al een strafblad, wat meewegde in de strafoplegging.
De verdediging stelde cassatie in met twee middelen: overschrijding van de redelijke termijn en onvoldoende motivering van de keuze voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in plaats van een taakstraf. De Hoge Raad constateerde dat het hof niet de bijzondere redenen had gegeven voor de vrijheidsstraf, terwijl een taakstraf in soortgelijke gevallen gebruikelijk is en de verdachte dit expliciet had verzocht.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: Het arrest is vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.