ECLI:NL:HR:2007:BA3133
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging en vermindert gevangenisstraf wegens redelijke termijnoverschrijding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden wegens het verzwijgen van feiten met het oog op het verkrijgen van hogere bijstand en het opzettelijk nalaten van het tijdig verstrekken van gegevens.
De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden, hetgeen leidt tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest voor wat betreft de strafoplegging en vermindert de opgelegde gevangenisstraf tot vijf maanden en drie weken.
Het hof had de straf gemotiveerd op basis van de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en diens eerdere veroordelingen. Het hof vond een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en zag geen aanleiding tot een lichtere straf, ondanks het verzoek van de verdachte om omzetting in een taakstraf.
De Hoge Raad verwerpt het beroep voor het overige en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting van de strafoplegging binnen de verminderde strafduur. De strafmotivering voldoet aan de eisen van artikel 359, zesde lid, Sv. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 3 juli 2007.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijf maanden en drie weken en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.