ECLI:NL:PHR:2007:BA3533
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing faillietverklaring wegens onvoldoende bewijs betalingsonmacht
In deze zaak stond een verzoek tot faillietverklaring centraal dat was ingediend door verweerster tegen verzoeker, die zaken deed via zijn eenmanszaak en een Engelse vennootschap. Verweerster stelde dat verzoeker hoofdelijk aansprakelijk was voor openstaande facturen en dat hij niet meer betaalde, wat faillissement rechtvaardigde.
De rechtbank wees het verzoek af wegens onvoldoende bewijs van betalingsonmacht. Het hof vernietigde dit vonnis en verklaarde verzoeker failliet, stellende dat er voldoende aannemelijk was dat verzoeker hoofdelijk aansprakelijk was en betalingsachterstanden had.
Verzoeker kwam hiertegen in cassatie met meerdere middelen, waaronder motiveringsklachten over het oordeel van het hof en de uitleg van de overeenkomst van 11 maart 2006. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd, mede gelet op de betalingen die verzoeker had gedaan en de aard van de overeenkomst.
De Hoge Raad verwierp de klachten over het ontbreken van nadere motivering en het niet ingaan op bepaalde stellingen van verzoeker. Het hof had terecht geoordeeld dat verzoeker hoofdelijk aansprakelijk was en dat zijn verweer dat hij de facturen had voldaan geen doel trof. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen en het arrest van het hof dat verzoeker failliet verklaart blijft in stand.