ECLI:NL:PHR:2007:BA3628
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling termijnoverschrijding hoger beroep en niet-ontvankelijkheid verdachte
De zaak betreft de niet-ontvankelijkheid van een verdachte in hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn voor het instellen van hoger beroep. De verdachte was niet bijgestaan door een raadsman en stelde in cassatie dat het hof had moeten onderzoeken of de termijnoverschrijding verontschuldigbaar was, mede vanwege onjuiste informatie van de griffie en onbekendheid met de uitspraak.
Het hof had geoordeeld dat de verdachte tijdig op de hoogte was van de zitting in eerste aanleg en dat de beroepstermijn binnen veertien dagen na de uitspraak liep. De verdachte had geen gronden aangevoerd in hoger beroep om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. In cassatie werd aangevoerd dat nieuwe feiten en omstandigheden dit wel konden rechtvaardigen.
De Hoge Raad oordeelt dat in cassatie geen plaats is voor het voor het eerst aanvoeren van feiten die in feitelijke aanleg niet zijn ingebracht. Het hof was niet verplicht ambtshalve nader onderzoek te doen naar verontschuldigbare omstandigheden. Het feit dat de verdachte geen raadsman had, rechtvaardigt geen ruimere cassatiebeoordeling. De middelen falen en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verontschuldigbare omstandigheden.