ECLI:NL:PHR:2007:BA5618
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest medeplegen aanzetten tot rassendiscriminatie wegens procesrechtelijke gebreken
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van het in het openbaar aanzetten tot rassendiscriminatie tijdens een carnavalsoptocht op een wagen met de teksten "Blank, White Power" en een bijbehorende afbeelding. De kinderrechter veroordeelde de verdachte, waarna het Hof ’s-Hertogenbosch dit vonnis bevestigde. De verdediging voerde onder meer aan dat sprake was van een onjuiste bewijsvoering en dat de verdachte geen opzet had.
De Hoge Raad constateert dat het vonnis van de kinderrechter niet voldeed aan de vereisten van art. 359 lid 3 Sv Pro, omdat het slechts een opgave van bewijsmiddelen bevatte zonder de inhoud daarvan weer te geven, waardoor het vonnis nietig is. Dit leidt ertoe dat het Hof het vonnis niet had mogen bevestigen zonder de vereiste aanvulling van gronden. Ook ontbraken in het vonnis de tenlastelegging en de eis van de officier van justitie, wat eveneens tot nietigheid leidt.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat het deelnemen aan een carnavalswagen met discriminerende teksten kan worden aangemerkt als aanzetten tot rassendiscriminatie, en dat voor strafbaarheid opzet vereist is waarbij de dader willens en wetens de kans aanvaardt dat anderen tot discriminatie worden aangezet. Echter, het Hof heeft zich niet voldoende verdiept in de vraag of de verdachte ook de kans heeft aanvaard dat haar gedrag anderen tot discriminatie zou bewegen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep op basis van een deugdelijk gemotiveerd vonnis waarin de inhoud van de bewijsmiddelen is opgenomen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd vanwege nietigheid van het vonnis en onvoldoende motivering, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.