ECLI:NL:PHR:2007:BA5665
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het verschoningsrecht van een notaris bij inbeslagname in ABC-transacties
In deze zaak staat centraal het verschoningsrecht van een notaris in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar ABC-transacties, waarbij vermoed wordt dat vennootschapsbelasting werd ontweken door vastgoedtransacties via stromanconstructies. Op 13 september 2005 vond een doorzoeking plaats op het notariskantoor waarbij dossiers en afschriften van derdengeldrekeningen in beslag werden genomen. De notaris maakte bezwaar op grond van zijn verschoningsrecht.
De rechtbank verklaarde het klaagschrift van de notaris ongegrond en oordeelde dat er sprake was van zeer uitzonderlijke omstandigheden die een doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen, mede omdat de notaris inmiddels als verdachte werd aangemerkt en het onderzoek zonder inbeslagname niet effectief zou zijn. De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat het verschoningsrecht niet absoluut is, maar dat doorbreking alleen bij zeer uitzonderlijke omstandigheden is toegestaan.
De Hoge Raad stelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het belang van waarheidsvinding boven het verschoningsrecht moet prevaleren. Er is geen concrete vaststelling van de rol van de notaris als verdachte en de omvang van de strafbare feiten. Ook is onvoldoende onderbouwd waarom de geldstromen niet op minder ingrijpende wijze, bijvoorbeeld via de bank, kunnen worden onderzocht. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.