ECLI:NL:PHR:2007:BA5807
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gevangenisstraf voor afpersing en gewelddadige diefstal
Het cassatieberoep betreft een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte is veroordeeld voor afpersing en diefstal met geweld en bedreiging, met een gevangenisstraf van dertig maanden. De advocaat-generaal had gevorderd dat de verdachte dezelfde straf zou krijgen als in eerste aanleg was opgelegd.
De eerste klacht in het cassatieberoep betrof het ontbreken van een nauwkeurige weergave van de strafvordering van de advocaat-generaal in het arrest, wat volgens de verdachte tot nietigheid zou moeten leiden. De Hoge Raad oordeelt echter dat uit het procesverloop en aanvullende schriftelijke verklaringen voldoende duidelijk is dat de eis betrekking had op beide tenlastegelegde feiten en de straf van dertig maanden.
De tweede klacht betrof de motivering van de bewezenverklaring omtrent het geweld bij de diefstal. De Hoge Raad stelt vast dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het feitelijke geweld bestond uit het met beide handen wegnemen van de portemonnee, waarbij de verdachte met een mes dreigde, en dat dit oordeel niet onbegrijpelijk is.
De Hoge Raad verwerpt beide middelen en bevestigt daarmee het arrest van het hof, waarmee de straf van dertig maanden gevangenisstraf onverminderd blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de gevangenisstraf van dertig maanden voor afpersing en gewelddadige diefstal.