ECLI:NL:PHR:2007:BA6326
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen van illegaal taxivervoer zonder vergunning
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens medeplegen van het zonder vergunning verrichten van taxivervoer via een vennootschap onder firma (vof) die was opgericht met voormalige werknemers van een B.V. Verdachte speelde een leidende rol in de constructie en organisatie van het taxivervoer, terwijl de vof niet beschikte over de vereiste vergunningen.
De bewezenverklaring was gebaseerd op verklaringen van medeverdachten, politieprocessen-verbaal, rittenstaten en een verklaring van een toezichthouder. Verdachte stelde dat hij handelde in de veronderstelling dat het taxivervoer was toegestaan, mede op basis van informatie van een RDW-medewerker, en voerde een beroep op afwezigheid van alle schuld wegens rechtsdwaling.
Het hof verwierp dit verweer omdat onvoldoende aannemelijk was dat verdachte een onjuist advies had gekregen en omdat de B.V. ten tijde van de delictsperiode nog niet formeel was toegetreden als vennoot van de vof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom verdachte draagkracht had om de hoge geldboete te betalen, terwijl verdachte een slechte financiële situatie had gesteld.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug voor een nieuwe beslissing over de straf, met inachtneming van de draagkracht van verdachte.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging wegens onvoldoende motivering over de draagkracht van verdachte.