ECLI:NL:HR:2007:AZ6131
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot vervoeren cocaïne met strafvermindering wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van poging tot opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, eerste lid onder B, van de Opiumwet, namelijk het vervoeren van ongeveer een kilogram cocaïne. Het hof oordeelde dat de gedragingen van de verdachte en zijn mededader gericht waren op de voltooiing van het misdrijf, waarbij zij zich met vuurwapens gewapend naar een woning in Zoetermeer begaven om de cocaïne aan te kopen en te vervoeren.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat sprake was van een absoluut ondeugdelijke poging omdat het middel geen cocaïne maar lidocaïne zou betreffen, een stof die niet op lijst I van de Opiumwet voorkomt. De Hoge Raad verwierp dit verweer omdat dit een feitelijke stelling betreft die in cassatie niet voor het eerst kan worden ingebracht.
Voorts constateerde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte niet had toegepast dat de tijd die de verdachte in het buitenland in detentie doorbracht op grond van een Nederlands uitleveringsverzoek in mindering moest worden gebracht op de straf (art. 27 Sr Pro). Daarnaast was de redelijke termijn overschreden, hetgeen strafvermindering rechtvaardigde.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het de strafoplegging betreft, verminderde de gevangenisstraf tot acht jaar en tien maanden en beval dat de buitenlandse detentietijd in mindering wordt gebracht. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot acht jaar en tien maanden met inachtneming van buitenlandse detentietijd.