ECLI:NL:PHR:2007:BA6575
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Strafrechtelijke immuniteit gemeente bij lozen afvalwater via overstort in oppervlaktewater
In deze zaak stond de vraag centraal of de gemeente strafrechtelijke immuniteit geniet voor het lozen van afvalwater via een overstort die deel uitmaakt van het gemeentelijk rioolstelsel. De gemeente werd verdacht van het zonder vergunning lozen van afvalstoffen in het oppervlaktewater en het verontreinigen van de bodem.
De rechtbank had het bezwaarschrift van de gemeente gegrond verklaard, stellende dat de zorg voor inzameling en transport van afvalwater een exclusieve taak van de gemeente is, waardoor vervolging niet mogelijk zou zijn. Het hof vernietigde deze beslissing en oordeelde dat de overstort geen exclusief onderdeel van het gemeentelijk rioolstelsel is, omdat ook derden dergelijke handelingen kunnen verrichten.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verduidelijkte het criterium voor strafrechtelijke immuniteit van een openbaar lichaam: alleen gedragingen die naar hun aard en wettelijk systeem uitsluitend door bestuursorganen kunnen worden verricht, komen voor immuniteit in aanmerking. Omdat het lozen via overstorten ook door particulieren kan worden verricht, is er geen immuniteit. Daarnaast verwierp de Hoge Raad het verweer dat vervolging in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel of een landelijk gedoogbeleid, omdat het OM het recht heeft tot vervolging over te gaan, ook als andere gevallen niet zijn opgespoord of vervolgd.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de gemeente geen strafrechtelijke immuniteit heeft en bevestigt de vervolging wegens het zonder vergunning lozen van afvalwater via een overstort.