ECLI:NL:PHR:2007:BA6757
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bezwaren tegen geldelijke regelingen ruilverkaveling Etten-Leur-Rucphen
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de lijst der geldelijke regelingen in het kader van de ruilverkaveling Etten-Leur-Rucphen, met name over de vergoeding voor het verlies van een jachtkeet, de natheid van de toegedeelde kavels, de egalisatiekosten en de vermeende bodemverontreiniging. De rechtbank heeft de bezwaren onderzocht, deskundigen benoemd en tussenvonnissen gewezen.
De rechtbank oordeelde dat de vergoeding van ƒ 30.300,- voor de jachtkeet passend was, dat de natheid van de kavels niet leidde tot schadevergoeding omdat de ontwatering vergelijkbaar was met de inbreng, dat de egalisatiekosten niet toewijsbaar waren en dat de bodemverontreiniging onvoldoende was onderbouwd. Eisers stelden onder meer dat er toezeggingen waren gedaan over verplaatsing van de keet, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
De Hoge Raad toetst de motivering en het bewijsaanbod en concludeert dat de rechtbank niet onbegrijpelijk of onjuist heeft geoordeeld. Het bewijsaanbod van eisers was onvoldoende concreet, de deskundigenrapporten zijn adequaat betrokken en het beginsel van hoor en wederhoor is gerespecteerd. Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank Breda bevestigd.