ECLI:NL:HR:2003:AI0865
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Huurgeschil over voortzetting huurovereenkomst na overlijden huurster en bewijs duurzame gemeenschappelijke huishouding
De zaak betreft een geschil over de voortzetting van een huurovereenkomst van een woning na het overlijden van de oorspronkelijke huurster. Eiser vorderde op grond van artikel 7A:1623i oud BW dat hij de huur mocht voortzetten omdat hij drie jaar een duurzame gemeenschappelijke huishouding met de overleden huurster had gevoerd. Saenwonen, de verhuurder, betwistte dit en stelde dat er geen sprake was van een gemeenschappelijke huishouding en dat eiser slechts een kamer huurde.
De kantonrechter wees de vordering af en de rechtbank bekrachtigde dit oordeel. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende concrete feiten had gesteld om het bewijs van de duurzame gemeenschappelijke huishouding toe te laten en dat hij niet op het bewijsaanbod hoefde te worden toegelaten. Tevens achtte de rechtbank de betwisting van Saenwonen gemotiveerd en het ontbreken van reactie van eiser daarop als een bevestiging.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onjuiste maatstaven hanteerde bij de stelplicht en bewijsaanbod. Het ontbreken van bepaalde stukken zoals gezamenlijke bankrekeningen sluit het bestaan van een gemeenschappelijke huishouding niet uit. Ook mag een partij die niet meer reageert op een memorie van antwoord niet zonder meer worden geacht het bewijs en de stellingen van de wederpartij te accepteren. Daarom vernietigt de Hoge Raad het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.