ECLI:NL:PHR:2007:BA7263

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
02596/06 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens teruggegeven inbeslaggenomen geld

Klaagster had bij de Rechtbank Almelo een beklag ingediend tot teruggave van een onder een ander inbeslaggenomen geldbedrag, maar dit beklag werd bij beschikking van 22 augustus 2006 ongegrond verklaard. Vervolgens heeft klaagster cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

De advocaat van klaagster overhandigde stukken waaruit bleek dat de Politierechter in Almelo in een strafzaak tegen de beslagene het conservatoire beslag op het geld had opgeheven en dat het geldbedrag op 5 maart 2007 aan de beslagene was teruggegeven. Dit werd bevestigd door het Bureau Ontnemingswetgeving van het Openbaar Ministerie te Leeuwarden.

Gezien de teruggegeven status van het geld kan klaagster niet langer ontvankelijk worden verklaard in haar cassatieberoep. De Procureur-Generaal concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van klaagster. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep omdat het geldbedrag is teruggegeven aan de beslagene.

Conclusie

Nr. 02596/06 B
Mr. Knigge
Zitting: 5 juni 2007
Conclusie inzake:
[klaagster]
1. De Rechtbank te Almelo heeft bij beschikking van 22 augustus 2006 het door klaagster ingediende beklag, strekkende tot teruggave aan haar van een onder [betrokkene 1] inbeslaggenomen geldbedrag, ongegrond verklaard.
2. Namens de verdachte heeft mr. M.C. Vermeul, advocaat te Utrecht, drie middelen van cassatie voorgesteld.
3. Bij brief van 15 januari 2007 heeft de advocaat van klaagster aan de Hoge Raad de volgende stukken doen toekomen:
- een aantekening mondeling vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Almelo van 16 november 2006, gewezen in de strafzaak tegen [betrokkene 1], onder andere inhoudende de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, met uitzondering van het geld;
- een beslissing ex art. 36e Wetboek van Strafrecht van de Politierechter in de Rechtbak te Almelo van 16 november 2006, inhoudende dat de Politierechter de ontnemingsvordering van de officier van justitie in de strafzaak tegen [betrokkene 1] afwijst.
4. Deze stukken brachten mij ertoe de Rechtbank te Almelo te bellen om te informeren wat er gebeurd was met het in de strafzaak tegen [betrokkene 1] inbeslaggenomen geld. De griffie aldaar wist mij te vertellen dat het conservatoire beslag dat op het geld lag is opgeheven en dat het geld op 5 maart 2007 is teruggegeven aan [betrokkene 1].
Deze teruggave werd schriftelijk bevestigd door het Bureau Ontnemingswetgeving OM te Leeuwarden, dat mij een schrijven deed toekomen van 16 februari 2007 met daarin de opdracht het geld over te maken op de bankrekening van [betrokkene 1] alsmede de bevestiging d.d. 7 maart 2007 dat het geld naar die bankrekening is overgemaakt.
Als gevolg daarvan kan klaagster niet in haar cassatieberoep worden ontvangen.(1)
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klaagster in haar beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Vgl. HR 15 april 2003, NJ 2003, 363 en HR 27 maart 2001, LJN: ZD2489, griffienummer 02165/00 B.