ECLI:NL:PHR:2007:BA7560
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsdekking bereddingskosten sanering asbestverontreinigde inboedel bij woningcorporatie
In deze zaak stond de vraag centraal of de kosten die woningcorporatie Staedion maakte voor het reinigen en vervangen van asbestverontreinigde inboedelgoederen in haar woningen, vergoed moesten worden door haar aansprakelijkheidsverzekeraars Allianz en Fortis. Na een fusie bleek in woningen een asbestverontreiniging die boven het verwaarloosbaar risiconiveau lag, waarop Staedion overging tot sanering van 309 woningen. De verzekeraars weigerden vergoeding van de bereddingskosten.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat er sprake was van een onmiddellijk dreigend gevaar in de zin van artikel 283 K, en dat de sanering redelijk was. Het hof nam aan dat Staedion aansprakelijk zou zijn geweest voor gezondheidsschade bij nalaten van sanering.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. Het hof had terecht geoordeeld dat Staedion op het advies van een deskundig bureau mocht vertrouwen en dat het ALARA-principe en de ernst van asbestblootstelling een onmiddellijke sanering rechtvaardigden. Ook het belang van de verzekeraars werd juist betrokken bij de beoordeling van redelijkheid van de maatregelen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de verzekeraars de bereddingskosten van de sanering van asbestverontreinigde inboedel moeten vergoeden wegens een onmiddellijk dreigend gevaar.