ECLI:NL:PHR:2007:BA7898
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor overtreding meldingsplicht Wet MOT bij wisselen van valuta
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld wegens het bedrijfsmatig wisselen van aanzienlijke geldbedragen in kleine coupures naar grotere zonder de verplichte melding te doen aan het meldpunt zoals voorgeschreven in de Wet melding ongebruikelijke transacties (Wet MOT). Dit gebeurde in de periode van mei tot november 2003.
Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van de verdachte, processen-verbaal en een overzicht van transacties, waaruit bleek dat verdachte meerdere malen wisseltransacties verrichtte voor derden, waaronder een Colombiaanse vriend, zonder dat zij de herkomst van het geld onderzocht of meldde. Het hof oordeelde dat het wisselen onder de meldingsplicht viel omdat verdachte als geldtransactiekantoor bedrijfsmatig handelde.
De verdediging voerde aan dat niet bewezen kon worden dat het geld uit misdrijf afkomstig was en dat de meldingsplicht niet op verdachte rustte maar op het wisselkantoor waar het geld werd aangeboden. Deze verweren werden door het hof verworpen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het niet vereist is om het precieze misdrijf te identificeren waaruit het geld afkomstig is, en dat de meldingsplicht ook geldt voor degene die bedrijfsmatig wisseldiensten verleent.
De verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf wegens overtreding van de meldingsplicht en medeplegen van schuldwitwassen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf wegens overtreding van de meldingsplicht Wet MOT en medeplegen van schuldwitwassen.