ECLI:NL:PHR:2007:BA8447
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onderhoudsplicht van de Staat jegens pleegouder-voogd bij justitiële kinderbeschermingsmaatregel
Deze zaak betreft de onderhoudsplicht van de Staat jegens minderjarigen die onder een justitiële kinderbeschermingsmaatregel zijn geplaatst en waarbij de voogdij is overgegaan van een voogdij-instelling naar een pleegouder-voogd. De pleegouders vorderden vergoeding van bijzondere kosten zoals schoolgeld, leermiddelen en ziektekostenverzekering, die zij voorheen van de voogdij-instelling vergoed kregen, maar na overname van de voogdij niet meer ontvangen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de Staat een bijzondere verantwoordelijkheid draagt voor de verzorging en opvoeding van deze minderjarigen en dat pleegouder-voogden niet onderhoudsplichtig zijn. De Staat werd veroordeeld tot betaling van een voorschot op schadevergoeding wegens niet-naleving van die onderhoudsplicht. Het hof bekrachtigde dit oordeel en oordeelde dat de Staat onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de bijzondere kosten via het algemene voorzieningenstelsel konden worden vergoed.
De Hoge Raad bevestigt dat de Staat verplicht is pleegouder-voogden financieel in staat te stellen de minderjarigen adequaat te verzorgen en opvoeden, ook als de voogdij overgaat van een voogdij-instelling naar een pleegouder. De Staat heeft een ruime beoordelingsvrijheid, maar moet wel zorgen voor vergoeding van noodzakelijke kosten. Het beroep van de Staat wordt verworpen.
Uitkomst: De Staat is verplicht pleegouder-voogden te vergoeden voor bijzondere kosten noodzakelijk voor de adequate verzorging en opvoeding van minderjarigen onder justitiële kinderbescherming.