ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6655
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Staat handelt onrechtmatig door ongerechtvaardigd onderscheid in vergoeding pleegouder-voogden
Eisers, pleegouder-voogden van meerdere minderjarigen, vorderen dat de Staat hen gelijk behandelt als voogdij-instellingen bij het vergoeden van bijzondere kosten zoals ziektekostenverzekering. De Staat verleent aan voogdij-instellingen subsidies voor deze kosten, maar niet aan pleegouder-voogden die de voogdij hebben overgenomen. Eisers stellen dat dit onderscheid onrechtmatig is en in strijd met internationale verdragen zoals het EVRM en het IVRK.
De rechtbank stelt vast dat de Staat een bijzondere verantwoordelijkheid draagt voor de verzorging en opvoeding van minderjarigen onder justitiële kinderbescherming, ook wanneer de voogdij is overgegaan op pleegouder-voogden. De Staat voldoet niet aan zijn onderhoudsplicht doordat pleegouder-voogden geen vergoeding ontvangen voor bijzondere kosten, waardoor zij niet in staat zijn de minderjarigen adequaat te verzorgen.
De vordering van de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen wordt niet ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan overleg. De rechtbank wijst het verzoek tot het sluiten van een ziektekostenverzekering af, maar veroordeelt de Staat tot betaling van een voorschot van €10.000 als schadevergoeding aan de pleegouder-voogden. De Staat wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot van €10.000 aan pleegouder-voogden wegens onrechtmatige behandeling.