ECLI:NL:PHR:2007:BA8463
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak deelname criminele organisatie wegens ontbreken nominale opvorderbare gelden in Clickfondszaak
In deze cassatiezaak staat de vraag centraal of onder de verboden in art. 42 Wtk Pro 1978 en art. 82 Wtk Pro 1992 alleen nominale opvorderbare gelden vallen. De verdachte werd door het gerechtshof veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van belastingfraude en het overtreden van genoemde financiële toezichtswetten. Het hof oordeelde dat de gelden in het Clickfondssysteem niet als nominale opvorderbare gelden konden worden beschouwd, omdat deze gelden 'afgescheiden' bleven van het vermogen van de verdachte en diens vennootschappen.
De Hoge Raad bevestigt dat de wetsgeschiedenis en het beleid van toezichthouder DNB uitgaan van nominale opvorderbaarheid als criterium. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de gelden in het Clickfondsysteem niet tot het vreemd vermogen van de vennootschappen behoorden, maar dat sprake was van vermogensbeheer waarbij de rechthebbenden geen nominale vordering hadden. Daarmee viel het gedrag niet onder de strafbepalingen van de Wtk 1978 en Wtk 1992.
Daarnaast werd het verweer dat het samenwerkingsverband ook medeplichtigheid aan belastingfraude faciliteerde, verworpen omdat medeplichtigheid een bewuste facilitering met opzet vereist, wat het hof aannemelijk achtte. De Hoge Raad verwierp de cassatieklachten en bevestigde daarmee de vrijspraak voor deelname aan de organisatie met het oogmerk overtreding van de financiële toezichtswetten. De strafrechtelijke veroordelingen voor andere feiten bleven onverkort.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak voor deelname aan een organisatie die de financiële toezichtswetten zou overtreden wegens het ontbreken van nominale opvorderbare gelden.