ECLI:NL:PHR:2007:BA8508
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen van onjuiste aangifte omzetbelasting bij onroerendgoedtransactie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin verdachte is veroordeeld wegens medeplegen van het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte omzetbelasting. De onjuiste aangifte betrof het vierde kwartaal van 1999, waarbij Stichting [A] een weiland verkocht aan vennootschap [B] BV. Hoewel [B] BV ruim 670.000 gulden aan omzetbelasting terugvorderde, deed Stichting [A] een nihil-aangifte.
Verdachte was bestuurder van beide rechtspersonen en gaf opdracht om de omzetbelasting niet aan te geven. De verdediging voerde aan dat het kasstelsel van toepassing was, waardoor de aangifteplicht pas ontstond bij ontvangst van de vergoeding, en dat verdachte daarop mocht vertrouwen. Het hof verwierp dit verweer omdat aannemelijk was dat de koopsom reeds in december 1999 was ontvangen en de stichting jarenlang de aangifte en afdracht had nagelaten.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf had toegepast, dat de bewijsmiddelen toereikend waren, en dat het hof niet verplicht was om nader te motiveren waarom het bepaalde verklaringen als betrouwbaar beschouwde. Ook werd geoordeeld dat het hof terecht het verzoek tot aanhouding van de behandeling had afgewezen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf, geldboete en voorwaardelijke gevangenisstraf wegens medeplegen van het doen van een onjuiste aangifte omzetbelasting.