ECLI:NL:PHR:2007:BA9367
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking verliesverrekening buitenlandse belastingplichtige met Box 3-inkomen niet in strijd met verdragen
Belanghebbende, woonachtig in Italië, had onverrekende verliezen uit de jaren 1999 en 2000 die hij wilde verrekenen met zijn Box 3-inkomen in Nederland in 2003. De Nederlandse wetgeving (onderdeel W Invoeringswet Wet IB 2001) beperkt verliesverrekening tot Box 1-inkomen, waardoor verrekening met Box 3-inkomen niet mogelijk is. De Rechtbank stelde belanghebbende in het ongelijk en het beroep in cassatie werd eveneens ongegrond verklaard.
De Procureur-Generaal concludeerde dat deze beperking niet leidt tot discriminatie op grond van nationaliteit, omdat de regeling zowel voor binnenlandse als buitenlandse belastingplichtigen geldt. Tevens werd geoordeeld dat het nadeel van verliesverdamping inherent is aan het bestaan van verschillende nationale belastingstelsels en niet als verboden belemmering van het vrije verkeer binnen de EU kan worden aangemerkt.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de beperking binnen de ruime beoordelingsmarge van de wetgever valt en niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Ook het beroep op het belastingverdrag met Italië faalt omdat het verdrag geen verplichting tot verliesverrekening bevat en geen discriminatie plaatsvindt.
De zaak belicht de overgang van het oude systeem van de Wet IB 1964 naar het boxensysteem van de Wet IB 2001, waarbij verliesverrekening tussen boxen in beginsel is uitgesloten. De overgangsregeling (onderdeel W) beperkt de verrekening van oude verliezen tot Box 1-inkomen, wat in sommige gevallen nadelig kan uitpakken, maar door de wetgever bewust is aanvaard vanwege uitvoerbaarheid en fiscale rechtvaardiging.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de beperking van verliesverrekening tot Box 1-inkomen wordt bevestigd.