ECLI:NL:PHR:2007:BA9608
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij grensoverschrijdende octrooi-inbreuk en toepassing EEX-Verdrag
Deze zaak betreft een cassatieberoep over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van vorderingen wegens inbreuk op een Europees octrooi, ook voor inbreuken buiten Nederland. De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG), dat oordeelde dat art. 6 lid 1 EEX Pro-Verdrag niet van toepassing is op grensoverschrijdende octrooi-inbreukzaken waarbij verweerders in verschillende verdragsstaten gevestigd zijn, zelfs indien zij tot hetzelfde concern behoren en handelen volgens een gemeenschappelijk beleidsplan.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest en verklaarde de Nederlandse rechter onbevoegd om kennis te nemen van vorderingen tegen buitenlandse verweerders voor zover deze betrekking hebben op inbreuk buiten Nederland. Voor verweerder gevestigd buiten Europa blijft de bevoegdheid onzeker en zal de zaak worden verwezen naar een ander gerechtshof. Tevens werd besproken dat art. 16 lid 4 EEX Pro/EVEX exclusieve bevoegdheid verleent aan de rechter van het land waarvoor het octrooi is verleend, ook bij betwisting van geldigheid.
De uitspraak betekent een einde aan de praktijk van cross border-veroordelingen in octrooi-inbreukzaken en benadrukt het belang van nationale exclusieve bevoegdheid bij octrooigeschillen. De zaak wordt verwezen voor verdere afdoening met inachtneming van deze jurisprudentie.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de Nederlandse rechter onbevoegd voor grensoverschrijdende octrooi-inbreuk buiten Nederland en verwijst de zaak voor verdere afdoening.