ECLI:NL:PHR:2007:BB2959
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep tegen vonnis na verzet inzake overtreding APV-Haag82
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van de kantonrechter te 's-Gravenhage, waarbij verdachte na verzet werd veroordeeld wegens overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening van Den Haag (APV-Haag82). Het verzet werd behandeld op 20 februari 2006, waarbij verdachte verstek liet gaan.
De kern van het cassatiemiddel betrof de klacht dat het vonnis niet was aangetekend conform de vereisten van artikel 395, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (oud), terwijl cassatie binnen de termijn was ingesteld. De Hoge Raad overwoog dat de wetgever slechts voorzieningen heeft getroffen voor vonnissen na verzet indien verdachte op de terechtzitting is verschenen. Omdat verdachte verstek liet gaan, was het verzet vervallen verklaard conform artikel 402 (oud) Sv, en was de procedure correct gevolgd.
De Hoge Raad stelde vast dat de kantonrechter het verzet terecht vervallen heeft verklaard en dat het middel faalt. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het vonnis. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de kantonrechter blijft in stand.