ECLI:NL:PHR:2007:BB3489
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen afzonderlijk cassatieberoep tegen tussenbeslissingen over geheimhouding in belastingzaken
In deze zaak gaat het om de vraag of tegen tussenbeslissingen van het Gerechtshof, genomen op grond van artikel 8:29, lid 3, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zelfstandig cassatieberoep kan worden ingesteld. Deze tussenbeslissingen betreffen de geheimhouding van bepaalde passages uit het draaiboek en nieuwsbrieven van het Belastingdienstproject gericht op het opsporen van buitenlandse bankrekeningen van Nederlandse ingezetenen.
De belanghebbende, die wordt verdacht van het niet opgeven van een buitenlandse bankrekening, heeft bezwaar gemaakt tegen het niet openbaar maken van deze passages, maar het Hof heeft geoordeeld dat tegen deze tussenbeslissingen geen afzonderlijk cassatieberoep openstaat. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het bestuursprocesrecht, in tegenstelling tot het burgerlijk procesrecht, geen zelfstandig appel tegen tussenuitspraken kent.
De Hoge Raad benadrukt dat deze tussenbeslissingen geen einduitspraak zijn zoals bedoeld in afdeling 8.2.6 Awb en dat het beroep in cassatie tegen deze beslissingen alleen ontvankelijk is indien het wordt ingesteld gelijktijdig met het beroep tegen de einduitspraak. Dit bevordert een eenvoudige en efficiënte rechtsgang in belastingzaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de tussenbeslissing over geheimhouding wordt niet-ontvankelijk verklaard.