ECLI:NL:CRVB:2001:AE0114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beperking kennisneming vertrouwensadvocaatrapport en verklaring kinderen in hoger beroep
In deze zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Den Haag waarin de rechtbank had beslist dat de kennisneming van een vertrouwensadvocaatrapport en een verklaring inzake de kinderen van appellant beperkt mocht worden tot de rechtbank zelf.
De Raad heeft onderzocht of deze beperking van kennisneming gerechtvaardigd is op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Gedaagde beriep zich op bescherming van de onderzoeksmethode en de betrokken personen, mede gesteund door aanwijzingen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
De Raad oordeelde dat er geen voldoende aannemelijke belangen waren die beperking rechtvaardigen. De onderzoeksmethode was niet zodanig geheim dat bescherming noodzakelijk was en het gevaar voor betrokken personen was onvoldoende concreet aangetoond. De enkele onwil van getuigen werd niet als voldoende bewijs gezien.
Daarom is de beperking van kennisneming niet gerechtvaardigd en dienen de stukken volledig aan appellant te worden toegezonden. De Raad onderschrijft de eerdere beslissing van de rechtbank niet en zal de behandeling van het hoger beroep voortzetten op een nader te bepalen datum.
Uitkomst: De Raad oordeelt dat beperking van kennisneming van het vertrouwensadvocaatrapport en de verklaring niet gerechtvaardigd is en beveelt volledige toezending aan appellant.