ECLI:NL:PHR:2007:BB4976
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid deurwaarder voor verdwenen sieraden na ontruiming
In deze zaak vordert eiseres schadevergoeding wegens verdwenen sieraden na een deurwaardersontruiming van haar woning. Na een eerdere ontruiming en opslag van de inboedel stelt eiseres dat tijdens dit proces diverse kostbaarheden zijn zoekgeraakt. De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof vernietigde dit vonnis deels en veroordeelde de deurwaarder tot een beperkte schadevergoeding, maar wees het overige af vanwege het ontbreken van een gedegen specificatie van de vermiste sieraden.
Eiseres stelde in cassatie dat zij wel degelijk een voldoende specificatie had gegeven en klaagde over het passeren van een bewijsaanbod door het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de uitleg van de gedingstukken aan het oordeel van de feitenrechter is overgelaten en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de specificatie onvoldoende was. Het bewijsaanbod werd niet gepasseerd vanwege onredelijkheid, maar omdat eiseres onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld om tot bewijslevering te worden toegelaten.
Daarnaast werd eiseres niet-ontvankelijk verklaard voor zover het beroep gericht was tegen de eigenaren van de woning, aangezien geen rechtsgrond bestond voor hun aansprakelijkheid. De Hoge Raad bevestigde dat eiseres onvoldoende belang had bij haar klachten zolang niet vaststond dat de sieraden daadwerkelijk bij de ontruiming en opslag waren zoekgeraakt. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen wegens onvoldoende specificatie van de vermiste sieraden en onvoldoende onderbouwing van haar stellingen.