ECLI:NL:PHR:2007:BB5547
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen verlenging ondertoezichtstelling kind
De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarig kind door het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA). De moeder, die het gezag over het kind uitoefent, heeft tegen de verlengingsbeschikking van de kinderrechter hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof, maar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding.
De moeder stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat de termijn van de ondertoezichtstelling inmiddels is verstreken, waardoor de moeder geen rechtens te respecteren belang meer heeft bij het beroep. Het hof had met juistheid geoordeeld dat de moeder niet-ontvankelijk was in het hoger beroep.
De Hoge Raad wijst ook op het ontbreken van een bijzonder belang dat verder gaat dan het beëindigen van de ondertoezichtstelling. De procedure werd behandeld zonder aanwezigheid van de moeder, hoewel zij behoorlijk was opgeroepen. De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het cassatieberoep moet worden verworpen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te respecteren belang na het verstrijken van de ondertoezichtstellingsperiode.