ECLI:NL:PHR:2007:BB5921
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg van reiskostenvergoeding in de CAO Bouwbedrijf 2002-2004 tussen BAM en FNV Bouw
In deze arbeidsrechtelijke zaak stond de uitleg van de artikelen 23 en 26 van de CAO Bouwbedrijf 2002-2004 centraal, waarin de vergoeding van reisuren en reiskosten voor werknemers is geregeld. FNV Bouw stelde dat de berekening van de afstand tussen woning en werk moest plaatsvinden op basis van de snelste route, terwijl BAM de kortste route als uitgangspunt nam. De kantonrechter wees de vorderingen af, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat BAM de artikelen niet juist naleefde door de kortste route te hanteren.
Het hof veroordeelde BAM om de reisuren en reiskosten te berekenen op basis van de snelste route, zoals bedoeld in de bijlage 12 bij de CAO, en legde een dwangsom op. BAM stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De Hoge Raad bevestigde dat de uitleg van CAO-bepalingen plaatsvindt aan de hand van objectieve maatstaven, waarbij de tekst en eventuele toelichtingen doorslaggevend zijn. De verwijzing naar de bijlage met de 'meest gebruikelijke weg' werd als relevant beschouwd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de snelste route als maatstaf hanteerde, omdat dit aansluit bij de praktijk en de redelijke verwachtingen van werknemers. Wel vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het hof BAM veroordeelde tot nakoming van artikel 26 van Pro de CAO, omdat deze vordering niet was gevorderd. De rest van het arrest bleef in stand. De uitspraak benadrukt het belang van een eenduidige uitleg van CAO-bepalingen en de rol van de meest gebruikelijke route bij het bepalen van reiskostenvergoedingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover BAM is veroordeeld tot nakoming van artikel 26 CAO en wijst het cassatieberoep voor het overige af.