ECLI:NL:PHR:2007:BB6281
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijs en veroordeelt voor belastingfraude met schijnfirma's en accijnsgoederen
Verdachte heeft gedurende drie jaar wijn vanuit Duitsland naar Nederland gebracht zonder aangifte bij de douane te doen en zonder accijnzen te betalen. Tevens verkocht hij via schijnfirma's in Duitsland goederen die feitelijk in Nederland werden verhandeld, waardoor hij te weinig omzetbelasting afdroeg.
Het Hof baseerde de bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder onderzoeken van de Duitse Steuerfahndung die aantoonde dat firma's als [A], [C] en [D] slechts op papier bestonden. Verdediging voerde aan dat deze firma's wel degelijk bestonden, maar dit werd door getuigenverklaringen en aanvullende bewijzen weerlegd.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht de conclusies van de Duitse belastingdienst tot zich had genomen en dat het bewijs voldoende was. Ook werd het verweer dat de redelijke termijn was overschreden verworpen, hoewel de Hoge Raad erkende dat de termijn onwenselijk lang was. Wel werd cassatie gegrond verklaard wegens overschrijding van de inzendtermijn van het cassatieberoep, wat leidde tot strafvermindering.
De verdachte werd veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, wegens het opzettelijk onjuist doen van belastingaangiften en het in bezit hebben van accijnsgoederen zonder juiste heffing.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met strafvermindering wegens overschrijding inzendtermijn cassatie.