ECLI:NL:PHR:2007:BB6948
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid cassatiedagvaarding wegens ontbreken aanzegging rechtsgevolg verstekverlening
In deze zaak heeft eiseres tot cassatie een verzoek ingediend om verstek te verlenen tegen meerdere verweerders in cassatie, die niet verschenen op de eerste roldatum. De cassatiedagvaarding bleek echter niet te voldoen aan de vereisten van artikel 111, lid 2, sub j, in samenhang met artikel 140, lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), omdat de aanzegging van het rechtsgevolg van verstek bij meer gedaagden ontbrak.
De Hoge Raad stelt vast dat het ontbreken van deze aanzegging leidt tot relatieve nietigheid van de dagvaarding, waardoor verstekverlening niet mogelijk is. De wetswijzigingen per 13 oktober 2005 hebben het vereiste van aanzegging in cassatie verduidelijkt en gehandhaafd voor sub j, terwijl sub i niet meer vereist is in cassatie.
Op grond van artikel 121 Rv Pro dient de rechter bij constatering van nietigheid de eiser te bevelen een nieuwe roldatum te bepalen en deze aan te zeggen met herstel van het gebrek. De Hoge Raad concludeert dat in deze zaak de dagvaarding nietig is en dat een nieuwe roldatum moet worden vastgesteld met de juiste aanzegging, zodat de procedure correct kan worden voortgezet.
Uitkomst: De cassatiedagvaarding is nietig verklaard wegens ontbreken van verplichte aanzegging, waardoor verstekverlening niet mogelijk is en een nieuwe roldatum met herstel van het gebrek moet worden vastgesteld.